Arbitrage is een internationale wijze van private geschillenbeslechting die met name in het bedrijfsleven wordt toegepast. Bij arbitrage onderwerpen partijen hun geschil aan een onafhankelijke derde (de arbiter), niet zijnde een overheidsrechter, die een bindende beslissing neemt over de oplossing van het geschil. Het geschil kan voortkomen uit een overeenkomst, maar kan ook voortvloeien uit een andere rechtsbetrekking, zoals bijvoorbeeld een onrechtmatige daad. Partijen kunnen vooraf ondubbelzinnig arbitrage overeenkomen, maar ook een bestaand geschil aan arbitrage onderwerpen en daarmee de tussenkomst van de rechter uitsluiten. De belangrijkste regels en waarborgen met betrekking tot de procedure zijn vastgelegd in het Verdrag van New York van 1958. In Nederland is arbitrage geregeld in boek 4 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Arbitrale vonnissen worden in principe gedeponeerd bij de rechtbank en op verzoek kan de voorzieningenrechter verlof tot executie verlenen, waarmee het vonnis dezelfde rechtskracht krijgt als een rechterlijk vonnis. Het arbitrale vonnis is slechts op een beperkt aantal gronden aan te tasten door de overheidsrechter.
Hoewel arbitrage ook in ongeorganiseerde vorm - ad hoc - voorkomt, wordt het met name in geïnstitutionaliseerde vorm toegepast in een aantal specifieke sectoren. De arbitragecommissies- en instituten kenmerken zich door een hoge mate van specifieke (op de sector gerichte) kennis en expertise.
Een belangrijk arbitrage instituut op het gebied van handel, transport, scheepsbouw en verzekering is TAMARA (www.tamara-arbitration.nl). Partijen van overal ter wereld hebben toegang tot TAMARA-arbitrage en partijen kunnen een eigen arbiter benoemen. De nationaliteit van de arbiter is niet van belang.
